Arjen’s Haagse maand in de raad: Het belang en het ongemak van het benoemen van racisme

Met duizenden anderen was ik deze week in Malieveld bij de manifestatie tegen racisme. Het was indrukwekkend om daar met zovelen aanwezig te zijn, te luisteren naar de speeches en te knielen: het inmiddels universele gebaar tegen racisme gestart door American Football-speler Colin Kaepernick.

Ondanks de grote opkomst op het Malieveld hield iedereen zich keurig aan 1,5 meter afstand en droeg bijna iedereen een mondkapje, dus deze belangrijke demonstratie van solidariteit is veilig voor ieders gezondheid verlopen. Complimenten aan de organisatie en ook aan onze waarnemend burgemeester, want we mogen er trots op zijn dat in onze stad alle aanvragen voor een demonstraties door kunnen gaan.

De aanleiding voor de demonstraties was de moord op George Floyd door een politieagent in Minneapolis, die binnen de VS en daarna door de hele wereld een schokgolf van verontwaardiging veroorzaakte. Maar het zou veel te makkelijk zijn om te denken dat dit racistisch politiegeweld alleen in de VS plaatsvindt. In onze stad hebben we de verschrikkelijke beelden van Mitch Henriquez nog scherp op het netvlies. Ondanks dat er binnen de politie steeds meer aandacht voor is, komt etnisch profileren bij de politie nog structureel voor en blijft het moeizaam om de politie-organisatie een inclusieve organisatie te laten zijn. Ook de schandalige praktijken van de Belastingdienst bij de aanpak van zogenaamde fraude illustreren dat racisme binnen de overheid een structureel probleem is.

Racisme steekt echter lang niet altijd zo duidelijk de kop op, terwijl het wel alomtegenwoordig is: het is een diepgeworteld groepsmechanisme dat ervoor zorgt dat mensen met een migratieachtergrond geen gelijke kansen krijgen. Veel mensen van kleur ondervinden dit aan den lijve bij het schooladvies, als ze een club binnen willen of als ze een baan of een woning zoeken. Maar racisme kan nog veel subtieler zijn: of het nou gaat om het gevoelde wantrouwen, de manier waarop er naar je wordt gekeken en de ‘onhandige’ opmerking die velen ontgaat maar die wel pijn doet. Racisme is als een maatschappelijke veenbrand, soms komt het boven maar onder de oppervlakte gaat het altijd door.

De enige manier om dit te kunnen veranderen is om je hier bewust van te zijn, erover te leren, er je hier bewust van te zijn en anderen te durven aan te spreken. Dan snap je pas echt wat de tv-beelden van protesten in een Amerikaanse stad voor jou persoonlijk betekenen.

Het zal niemand ontgaan zijn dat ik zelf een witte man ben. Naast dat ik erken dat ik zelf (zoals iedereen) onbewuste vooroordelen heb, erken ik ook dat ik als witte man de werking van racisme niet kan voelen zoals mensen van kleur dat ondervinden. En als het zo is dat mensen van kleur benadeeld worden door institutioneel racisme, betekent dat automatisch dat ik bevoordeeld ben door diezelfde systemen. Dat is ook voor mij best pijnlijk om te constateren, want ik weet dat ook ik zelf er iedere dag hard voor werk om te hebben bereikt waar ik nu sta. Juist dat maakt het voeren van het echte gesprek over racisme ongemakkelijk: het raakt ons allemaal persoonlijk en legt confronterende zaken bloot.

Willen we de maatschappelijke veenbrand van racisme ook in Den Haag onder controle krijgen, dan moeten we de werking van racisme erkennen. Inclusief de constatering dat witte mannen zoals ikzelf van de situatie geprofiteerd hebben en dat nog steeds doen. We moeten het lef hebben om dit persoonlijke gesprek aan te durven gaan en te blijven voeren. We moeten ons kwetsbaar opstellen en soms een stap terugdoen om ruimte te bieden voor andermans ervaring, en ons altijd uitspreken, ook op de momenten dat dit moeilijker lijkt. Pas dan kunnen we racisme echt gaan uitbannen.

Houd afstand,  blijf gezond en tot snel weer!