Willemijn Kadijk: Ik ben verliefd geworden op de lokale politiek

[Interview] Voor de serie ‘Vrijwilliger in de Spotlight’ sprak GroenLicht met Willemijn Kadijk. Ze is bestuurslid van GroenLinks Den Haag en zeer betrokken bij alles wat er binnen de Haagse fracie gebeurt. Na de Tweede Kamerverkiezingen stond er een foto van een feestvierende Willemijn  in de Britse krant The Guardian en de Amerikaanse New York Times: beide kranten gebruikten deze foto in hun berichtgeving over de verkiezingswinst van GroenLinks. Voor Willemijn vormt politiek een rode draad in haar leven.

Door Gea Dreschler van de GroenLicht-redactie

Je bent een heel actieve GroenLinkser. Wat doe je eigenlijk allemaal voor GroenLinks?

Sinds driekwart jaar ben ik algemeen bestuurslid bij GroenLinks Den Haag. Ik houd me als bestuurslid bijvoorbeeld bezig met activiteiten en met de commissies. Daarnaast was ik tot kort geleden, begin juli, voorzitter van DWARS Leiden-Haaglanden. Die afdeling is de afgelopen jaren heel erg gegroeid: we zijn van 10 tot 100 actieve leden gegaan en hebben nu ruim 450 leden in totaal. Via DWARS heb ik ook veel contact gehad met andere afdelingen in de omgeving. En op Europees niveau zit ik in een werkgroep van de Jonge Europese Groenen, waar we ons onder andere bezig houden met adviezen over campagne voeren.

Wanneer ben je lid geworden van GroenLinks? En wat was je belangrijkste reden?

Dat moet rond 2013 of 2014 zijn geweest. Voor de Europese verkiezingen van 2014 heb ik voor het eerst campagne gelopen.Ik was al jong bezig met politiek, en ik had mijn standpunten eigenlijk al geformuleerd voordat ik wist dat er zoiets was als een partij die GroenLinks heet. Vanuit DWARS ben ik daarna met de fractie Den Haag in contact gekomen, en daar ben ik verliefd geworden op de lokale politiek. Je kunt echt een verschil maken. Als je ziet dat iets onrechtvaardig is, bijvoorbeeld discriminatie of tekortkoming van gemeenteregels, dan kun je er echt wat aan doen. Het gaat minder dan in de landelijke politiek om de politieke spelletjes.

Je besteedt aardig wat tijd aan politiek. Waar komt die passie voor politiek vandaan?

Ik ben er altijd al mee bezig geweest. Ik luisterde radiodebatten op de achterbank van de auto. Ik heb een debatclub opgericht op mijn middelbare school en ben hoofdredacteur geweest van de schoolkrant. Ook qua studie ben ik later de politieke kant op gegaan: ik studeer Liberal Arts & Sciences, richting World Politics, bij Leiden University College in Den Haag. Na mijn studie wil ik bij een NGO of bij de overheid werken.

Wat mij drijft, is mijn interesse in idealen en waar ze botsen. Ik onderzoek graag hoe het systeem van de macht in elkaar zit, en probeer langzaam de draadjes te ontrafelen om het zo te leren snappen. Het geeft een kick om te merken dat als je je best doet, je echt iets kunt veranderen. Thema’s die ik belangrijk vind, zijn de rechtstaat en rechtvaardigheid – denk aan discriminatie en machtsmisbruik – en begrip en dialoog: dan kom je snel uit bij sociale thema’s.

Hou je nog wel tijd over voor andere dingen?

Bedoel je hobby’s? Politiek is mijn hobby. Mijn vrienden zijn ook allemaal met politiek bezig, en mijn studie gaat ook over politiek. Het valt dus allemaal samen. Naar veel van de activiteiten waar ik nu als bestuurslid heen ga, zou ik sowieso heen gaan. Ik heb al heel veel uren doorgebracht bij GroenLinks en ik ben er alleen maar gelukkiger van geworden. Ik hou van het soort mensen dat bij GroenLinks rondloopt.

Wat zijn je ambities als bestuurslid?

Ik denk dat GroenLinks Den Haag nog gezelliger, creatiever en moderner kan. Het leuke aan in het bestuur zitten, is dat je ‘on top’ zit, dat je het hele landschap kunt overzien. Dat bedoel ik niet zozeer in een hiërarchische zin, maar je hebt als bestuurslid een goed overzicht over alles wat er gebeurt. Een leuk voorbeeld van een verbetering in de afgelopen tijd is het nieuwe format van de ALVs, waarbij we meer interactie hebben tussen de leden. We zijn ten slotte met alle leden één team, en we hebben dezelfde idealen en hetzelfde doel. Het zou mooi zijn als we dat nog meer kunnen delen.

Foto: Naomi Moonlion