Voorzitter, traditiegetrouw begin ik deze Algemene Beschouwingen met een songtekst die voor mij veel betekent en me inspireert in mijn werk als raadslid voor onze stad.

 

“ Stand in the place where you live
If you are confused, check with the sun
Carry a compass to help you along
Your feet are going to be on the ground
Your head is there to move you around
So, stand in the place where you live
 ”

R.E.M.

Deze tekst is van het lied Stand van R.E.M. Het lied Stand gaat over het daadwerkelijk willen zien wat er aan de hand is en er ook wat aan willen doen. Het is een lied dat zegt ‘met je voeten op de grond en koers houden met je hoofd’. Niet wegkijken. Ergens voor staan. Over standvastigheid. Staan voor je zaak.

Wethouder Bert van Alphen stond voor zijn zaak. Zijn zaak was het opkomen voor de meest kwetsbaren in de stad. Om mensen die het moeilijk hebben of gewoon pech een perspectief te bieden. Het is een hard gelag dat uitgerekend hij zich genoodzaakt voelde de verantwoordelijkheid op zich te nemen van een debacle dat vanaf het eerste begin, - door de rolvermenging, onduidelijke afspraken en de weinig zakelijke contracten - gedoemd was om te mislukken. Maar Bert is ook iemand die staat voor zijn verantwoordelijkheid en deze dus ook genomen heeft. Dat is moedig en daar heb ik diep respect voor. Bert stond voor zijn principes en hield daaraan vast. Daar kunnen we van leren. Ik wil langs deze weg Bert enorm bedanken voor zijn buitengewone inzet voor de stad: Bert, we zijn je veel dank verschuldigd.

Standvastigheid en ook staan voor je keuzes is iets wat ik te vaak mis in de manier waarop wij in onze stad beleid maken en uitvoeren. Of, zoals het helaas te vaak gaat, niet of met grote vertraging uitvoeren.

We hebben te maken met beperkte financiële middelen en natuurlijk lukt het dan niet om alle plannen gelijk te realiseren.

Ik heb waardering voor dit college dat echt doet wat het kan met de steeds beperkender wordende middelen. En daarbij ook stevig inteert op de al opgedroogde reserves. We nemen een stevig voorschot op de komende jaren en op de komende coalitie. Vervolgens wijst het college naar het Rijk. En natuurlijk moet het Rijk snel en structureel over de brug komen. En de kosten die wij maken in het sociale domein en op andere terreinen gewoon vergoeden. Maar daarnaast is het echt onhoudbaar dat we zelf onze inkomsten weigeren te verhogen, dat we niet iets extra’s vragen van mensen die profiteren van bijvoorbeeld de sterk stijgende huizenprijzen.

Voorzitter, als GroenLinks zijn we standvastig waar het gaat om het aanpakken van ongelijkheid. We zijn al de stad met de grootste kansenongelijkheid tussen de wijken en corona heeft de onderlinge verschillen nog groter gemaakt. Kinderen die al een taalachterstand hadden zijn in het onderwijs nog verder achterop geraakt. Jongeren met tijdelijke contracten en zpp’ers vlogen er als eerste uit en zien hun kansen op een eigen woning nog verder afnemen. Ouderen die al vaak alleen waren, zijn nog verder vereenzaamd. Dat kunnen we niet laten gebeuren voorzitter!

We staan ervoor dat de opvangmogelijkheden van vluchtelingen, statushouders en dak- en thuislozen verder verbeterd en uitgebreid worden en dat nu eindelijk gaan experimenteren met een basisinkomen. Op al deze onderwerpen kan de stad de komende tijd concrete voorstellen van ons verwachten.

En dan voorzitter wil ik het hebben over de woningnood. Als GroenLinks staan we voor het recht op een eigen woning voor iedereen. Wonen is een recht en geen verdienmodel. Dat betekent dat we ons als GroenLinks blijven inzetten voor een eerlijkere woningmarkt met betere bescherming voor huurders en het aan banden leggen van woningen als beleggingsobject. We zijn standvastig als het gaat om het realiseren van minimaal 30% échte sociale huurwoningen, ook al staat het project op zogenaamde dure grond. Juist daar is het nodig.

Voorzitter, waar we ook standvastig over zullen zijn is het scherp toezien op de voorwaarden rondom de, tot nu toe nog vage, plannen over het verplaatsen van de raamprostitutie uit het centrum naar de sporendriehoek. Het college heeft beloofd deze maand, na flinke vertraging, eindelijk met een sluitende bussinescase te komen. Deze zullen we heel kritisch toetsen. Voor ons blijft het essentieel dat de arbeidsomstandigheden van sekswerkers verbeterd worden, dat er voor iedere sekswerker een betaalbare werkplek terugkomt, dat de Doublet- en Geleenstraat niet worden gesloten voordat de nieuwe werkplekken klaar zijn en dat er geen gemeenschapsgeld wordt gestoken in het uitkopen van pandeigenaren en exploitanten of aan het betalen van schadeclaims.

Voorzitter, waar we als GroenLinks ook standvastig over zijn is het aanpakken van de klimaatcrisis. We hebben veel waardering voor de enorme stappen die door dit college zijn gezet op het gebied van de energietransitie. Er is veel in de steigers gezet, het aantal zonnepanelen en laadpalen groeit harder door dan nagenoeg iedereen dacht en in veel wijken worden koplopers ondersteund.

En ook waar het gaat om het weerbaar maken van de stad tegen de gevolgen van klimaatverandering gebeurt er al veel. Er zijn grote waterbergingen gerealiseerd in Molenvlietpark (bij de Rotterdamsebaan) en Cromvlietpark (Laak). Ook heeft mijn initiatiefvoorstel ertoe geleid dat er 1400 bomen bij komen in de stad, deels ook in de meest versteende wijken. Maar de stad moet echt nog veel groener. Daarbij moeten we ook standvastiger zijn in het consequent beschermen van bomen en alleen kappen indien het echt niet anders kan. Zoals de raadsbrede uitspraak dat we de bomen in de tuin van het Catshuis (Sorghvliet) laten staan. Het kappen van bomen voor overbodige parkeerplaatsen op de Mient is wat mijn fractie betreft daar ook nog steeds niet mee te rijmen.

Voorzitter, alleen al vanwege onze eigen ambitie om klimaatneutraal in 2030 te zijn moeten we de komende jaren gaan versnellen. Want laten we eerlijk zijn. Ondanks de bijna dagelijkse beelden van overstromingen, hitterecords en bosbranden staat voor de meeste bewoners klimaatverandering nog best ver van hen af. We moeten meer in gesprek gaan met onze stadsgenoten, om te laten zien wat ze nu al zelf kunnen doen. Daarbij moeten we onze bewoners echt zeggenschap geven over de te maken keuzes. We gaan nu al ervaring mee op doen door de pilot met een burgerberaad in twee wijken waar we als Raad middels onze motie toe besloten hebben, laten ermee aan de slag gaan. Kan het college dit bevestigen?

Deze versnelling moet leiden tot concrete plannen (voor bijvoorbeeld isoleren of duurzame warmte) met financieringsmogelijkheden waar woningeigenaren individueel of met hun blok of straat op kunnen ‘instappen’. Hiermee leveren we als stad niet alleen een bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering, maar dit zorgt ook voor lagere energierekeningen, betere huizen en levert tegelijkertijd ook veel banen op.

Maar dat vergt van ons als politiek ook wel enige standvastigheid. Want wat we zien bij het betrekken van onze bewoners bij het aanpakken van klimaatverandering, maar ook bij andere ontwikkelingen, is dat onder populistische klinkende kreten als “haalbaar en betaalbaar” en “er moet wel draagvlak zijn” er vaak bij voorbaat al zand in de politieke motor wordt gegooid. Als collega-raadsleden “haalbaar en betaalbaar” zeggen dan bedoelen ze vaak “het mag niet één cent meer kosten, of je het nu terugverdient of niet”. Het investeren in verduurzaming en daarmee in kwaliteit van huizen moet je zeker goed doorrekenen, maar als iemand een nieuwe keuken koopt voor deze zelfde woning hoor ik zelden iemand vragen naar de bussinescase en terugverdientijd. Isoleren en verduurzamen van onze woningen kost geld, laten we daar eerlijk over zijn. Maar we krijgen er veel voor terug.

En de boodschap achter “er moet wel voldoende draagvlak zijn” is vaak dat er in de hele omgeving geen enkele wanklank te horen mag zijn. Als we onszelf dit soort randvoorwaarden opleggen, dan weten we één ding zeker: dan gebeurt er niets om de grote vraagstukken aan te pakken. Dat werkt verlammend. Dat hebben we gezien bij het debat over het aanpakken van de overconcentratie van de coffeeshops. Iedereen is voor betere spreiding van coffeeshops over de stad. Maar zelfs over een locatie die voldoet aan al onze criteria durft de rechtse meerderheid in deze raad niet eens het gesprek aan met de bewoners over hun zorgen. Deels terechte zorgen waar we naar moeten luisteren en moeten kijken wat we kunnen doen om deze zorgen weg te nemen. Maar zover komt het niet eens. En daarmee laten we de bewoners in het deel van de stad met de overconcentratie aan coffeeshops in de steek. Daarmee verliezen we het bredere belang uit het oog. We zien dit ook bij de huisvesting van bijvoorbeeld statushouders of mensen die een tijdje dakloos zijn geweest of problemen hebben gehad. Ook deze mensen verdienen een dak boven hun hoofd. Maar liever niet in mijn wijk.  

Voorzitter, als GroenLinks vinden we dat we ook standvastig mogen zijn als het gaat om het staan voor het bredere belang. Daar hoort dan ook bij het geven van eigen zeggenschap bij besluiten die hun straat of wijk aangaan. Het gesprek aangaan zonder dat we op het stadhuis de oplossing al bedacht hebben. Het echt samen met bewoners willen doen. Bewoners vanaf het begin af aan met open vizier betrekken bij ontwikkelingen, goed luisteren naar de zorgen die er leven, maar ook duidelijk zijn over wat wel en wat niet veranderd kan worden. Veranderingen vergen daadkracht en leiderschap, dat is wat mensen ook verwachten van politiek en dus ook van ons als gemeenteraad.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Natuurlijk is het aan iedere partij en ieder raadslid om hun eigen afwegingen te maken. Ik heb bij deze Beschouwingen betoogd dat we als GroenLinks standvastiger zijn dan ooit als het gaat om het vasthouden aan het bredere belang. Het bredere belang van opkomen voor de meest kwetsbaren en het zorgen dat de stad ook voor onze kinderen leefbaar blijft. Omdat we dat als opdracht van onze bewoners aan ons als gemeenteraad zien. Voorzitter, daar wil ik voor staan.